About my blog

FOCUS Centre on Educational Expertise at TU Delft opens a Teacher Lounge to share, inspire and exchange news on teaching trends, methodologies, best practices and, and ........

Posted in 2012

Online Onderwijs: een aantal vragen besproken

De TU Delft gaat een aantal volledige masteropleidingen zoveel mogelijk online aanbieden, waarmee een volwaardig ingenieursdiploma kan worden gehaald. Er lopen nu 3 pilots, bij masterprofiel ASCM (LR), Watermanagement (CitG) en Engineering & Policy Analysis (TBM). Tijdens de onderwijsdagen heb ik samen met Gillian Saunders-Smits, docent, en projectleider van de pilot online onderwijs bij LR, een sessie verzorgd over het project Distance & Online Education van de TU Delft. Tijdens de sessie wilden we uiteraard het publiek informeren over waar we in Delft mee bezig zijn, waarom we dat doen en hoe we dat doen, maar we wilden ook vooral input voor ons “work in progress”. Daarom hebben we aan het eind van de sessie 4 vragen gesteld waar de deelnemers in groepjes over hebben gesproken en belangrijke punten over op papier hebben gezet.  Deze input wil ik graag met jullie delen via dit blog. Continue reading

SURF Onderwijsdagen 2012 – De opbrengst

De highlights van dag 1: de keynote van Anka Mulder (gezien de twitter-reacties #owd12 was ik niet de enige) en UnCollege van Dale Stevens als alternatief voor een formele opleiding. Zie www.deonderwijsdagen.nl voor meer daarover. Continue reading

Learners in the driving seat: de mogelijkheden van learning analytics

30 oktober was ik bij de onderwijsdag van TBM, waar Erik Duval (Universiteit Leuven) een keynote hield over learning analytics.

 
Wat is learning analytics? Erik Duval formuleerde het als volgt:
Learning analytics is about collecting traces that learners leave behind and using those traces to improve learning
Hoe meer activiteiten digitaal gebeuren, hoe meer mogelijkheden er zijn voor learning analytics. Het gaat er om tijdens het leerproces bij te sturen, niet pas na afloop. De gegevens worden voor studenten en docenten gevisualiseerd in een dashboard. Net als bij een dashboard in een auto moeten de gegevens op het dashboard helpen de juiste beslissingen te nemen (ik moet tanken, ik moet afremmen). Het gaat om concrete actiegerichte feedback. Bijvoorbeeld studenten zien een metertje dat aangeeft hoe hun voortgang is ten opzichte van hun mede studenten. Dit kan een indicatie zijn voor een student om harder te gaan werken. In het kader van studiesucces is dit heel interessant, je geeft studenten de mogelijkheid om hun eigen leerproces tijdig bij te sturen.
Per cursus moet goed worden nagedacht wat de geschikte indicatoren zijn om de inspanningen van studenten inzichtelijk te maken. Je kunt bijvoorbeeld denken aan: hoe vaak heeft student A geblogd? Hoe vaak heeft student A gereageerd op een blog van een ander? Wie interacteert vooral met wie?
De studenten van Duval werken in wiki’s, bloggen, en communiceren via facebook. Alles wat zij doen is compleet publiek. Mensen van buiten reageren vaak op blogs van zijn studenten, wat bijzonder motiverend kan zijn.
Ook in de MOOCs (Massive Open Online Courses) die Duval verzorgt moedigt hij de deelnemers aan actief te bloggen en te twitteren. Omdat het om grote hoeveelheden studenten gaat, kan hij onmogelijk alles lezen. Learning analytics is hier nodig om als docent een idee te krijgen wat er gaande is.

Het voelt allemaal misschien wat big brother achtig en je zou je ook kunnen voorstellen dat studenten gaan doen wat getrackt wordt, in plaats van wat belangrijk is. Daarom trekt Duval veel tijd uit om aan studenten uit te leggen wat hij precies doet, waarom hij dat doet en voor wie. Bovendien, alles wat de docent ziet, kan de student ook zien.

Heeft learning analytics nou effect op studiesucces?
Het grootste effect op studiesucces is waarschijnlijk de activerende opzet van het onderwijs van Erik Duval, met groepjes van 5-6 studenten die werken aan open authentieke opdrachten en elkaars werk becommentariëren en beoordelen. Doordat er in de onderwijsopzet nauwelijks fysieke contactmomenten zijn, geef je veel controle uit handen. Learning analytics is dan nodig om nog iets van sturing te kunnen geven.
Wat we hier als TU Delft precies mee moeten en kunnen is voor mij nog niet helemaal helder. Het online onderwijs dat we momenteel ontwikkelen wordt digitaal en op afstand, dus daar zijn zeker mogelijkheden. Al schijnt Blackboard voor Learning analytics nauwelijks bruikbaar (volgens Erik Duval is slechts 10% van wat studenten in Blackboard doen te ‘tracen’). Stof tot nadenken dus.

Voor meer info zie de slides van Erik Duval: http://www.slideshare.net/erik.duval/open-learning-analytics-14964431

Voor wie de hele keynote wil zien: http://collegerama.tudelft.nl/Mediasite/Play/5765983764de45bea4a9e3d13d21686c1d

Link naar blog Erik Duval: http://erikduval.wordpress.com/

 

 

 

Onderwijsinstellingen, clouddiensten en privacy

Onlangs verscheen een onderzoek naar de toegang van overheden tot data die zich in de cloud bevinden (zoals bijvoorbeeld Dropbox of Googledocs). Dit onderzoek werd uitgevoerd door het Instituut voor Informatierecht in opdracht van SURF. Vermoedelijke reden voor SURF om hiertoe over te gaan is hun eigen eventuele samenwerking met Google om een nederlandse Googledocs voor het hoger onderwijs te bieden.
Het onderzoek toont echter aan dat het gezien eventuele privacy issues, niet erg wenselijk is als SURF deze samenwerking aangaat met Google. Uit het gedane onderzoek blijkt namelijk onder andere dat contractuele overeenkomsten over het voorkomen van eventuele toegang van overheidsdiensten uit de VS weinig zinvol zijn. Alle bedrijven en/of dienstverleners die maar enige activiteit richting de VS ondernemen onderhevig zijn aan de verschillende amerikaanse wetten en bepaling die het mogelijk maken dat de VS toegang krijgt tot data van niet-amerikaanse inwoners. Extra alarmerend is ook nog eens dat je dit als gebruiker niet weet. Het onderzoek laat zien dat zowel het toegang krijgen tot als ook de verwerking van deze gegevens op geen enkele wijze transparant is.
Het onderzoeksrapport eindigt met een aantal conclusies en aanbevelingen. Een ervan is dat het wenselijk is dat op nationaal niveau gekeken moet worden naar de mogelijkheid van een uitsluitend door een Nederlands opererende clouddienst:

Een goed doordachte in juridisch ingerichte nationale cloud voor de onderwijs- en onderzoekssector zou naar verwachting betere waarborgen kunnen bieden tegen het risico dat in onevenredige mate toegang verkregen wordt tot gegevens door een buitenlandse overheid. (p38)

Dit klinkt wat tegenstrijdig: een virtuele dienst die tijd- en plaatsonafhankelijk is aan de achterkant op dergelijke wijze aan geografische grenzen te koppelen. Maar zo lang de wetgeving nog in ontwikkeling is hoe met dit soort zaken om te gaan, is het wellicht geen slechte aanbeveling.

Een tweede conclusie en aanbeveling die wordt gedaan beperkt zich meer tot instellingsniveau: instellingen moet beter in kaart brengen wie (justitie en veiligheidsdiensten) wanneer toegang heeft tot welke gegevens. In eerste instantie wordt natuurlijk gedacht aan specifieke cloud diensten zoals Dropbox en Googledocs die beiden niet officieel door de TU Delft worden aanbevolen en ondersteund. Maar dit geldt net zo goed voor alle informatie die via het amerikaanse Blackboard wordt gedeeld.
Een instelling moet verder volgens dit onderzoek een wat zij noemen algemene maatschappelijke kosten-baten analyse maken op basis waarvan beslissingen genomen moeten worden:

Kortom, de implementatie van cloud computing dient bij kennisinstellingen, gezien hun maatschappelijke rol, onderdeel te zijn van een integrale maatschappelijke kosten/baten. Daarin dienen niet-ICT-gerelateerde aspecten die samenhangen met de veiligheid en vertrouw van informatie voldoende aandacht te krijgen (academische vrijheid, reputatie, chilling effect). (p38)

Wat betekent dit nu voor de onderwijspraktijk?
Als onderwijsondersteuners hebben we hier maar in beperkte mate invloed op, maar als OC Focus is het wel onze taak hierover mee te denken wat hiervoor het gevolg is voor onderwijs zoals academische vrijheid, maar ook een mogelijk chilling effect.
Maar minstens zo belangrijk is het dat wij wanneer docenten en studenten gebruik maken van bepaalde cloud diensten ze hierover goed in te lichten en hen eventueel te wijzen op encryptiemogelijkheden waardoor bestanden niet zonder meer uitgelezen kunnen worden.

It’s a miracle: een nieuwe bijdrage op mijn blog over de kracht van stilte in het onderwijs (6)

OpenCourseWare celebrates it’s 5th anniversary

Yesterday I was at a party; the 5th anniversary of OpenCourseWare (OCW) at our university. And that really is something to celebrate I think. By now there are more than 90 courses online for free. And that number is still growing. Have a look at ocw.tudelft.nl if you haven’t been there yet!
Watching the new video on OCW

OC Focus has been involved until recently in the OCW project. First the project was led by Joost Groot Kormelink, now at Faculty of TPM. In 2010 Sofia Dopper (OC Focus) and Willem van Valkenburg were joined project leaders. By now OCW has become a regular service of DUT with Cora Bijsterveld, Martijn Ouwehand en Willem van Valkenburg (head).

The party was started by a new video about OCW. Karel Luyben, Rector Magnificus, took over to open the party. Willem van Valkenburg has looked back at what happened the last 5 years. And a look into the future was presented by Anka Mulder, Secretary General of the DUT and president of the OCW Consortium. She took us to a world where many many more students would be at the gates of universities to get an education. There will be so many students that higher education as it is now will not be able to cope with these numbers. Campus education will not be enough. So online education will be the next step to take for DUT.

Presentation of Willem van Valkenburg:

And that’s why I was there. The first steps towards online education have resulted into 3 pilot projects at TPM, AE and CiTG. I’m advising the master EPA at TPM about transforming part of the program into online distance learning modules. For me it’s a challenge since the ambitions are high. It’s also very interesting to develop more expertise about the subject. And it’s motivating because of faculty that sees this development as a chance to do something positive in a challenging situation. I hope to be at a similar party in 5 years about online education!

Crouwelzaal omgebouwd tot zaal van de toekomst

de nieuwe crouwelzaalGister ben ik naar een seminar geweest ter gelegenheid van de in gebruik name van de splinternieuwe Crouwelzaal bij de Faculteit IO. Deze zaal is van een gewone platte collegezaal omgetoverd in een zaal met moderne technologische middelen en draaibaar meubilair, wat een wisseling van frontaal onderwijs en groepswerk mogelijk maakt. De proefzaal, zoals de nieuwe Crouwelzaal ook wel genoemd wordt, is bedoeld om met moderne vormen van onderwijs te experimenteren en om hier ook onderzoek naar te doen, zodat we leren aan welke eisen de zalen van de toekomst moeten voldoen.

Nellie van de Griend, hoofd studenten- en docentenvoorzieningen en opdrachtgever van het project proefzaal opende het seminar. Verder waren er presentaties van adviseur Piet van der Zanden, projectleider Erik Reinders en van de architect Ernst Hoek.

Nellie van de Griend opent het seminar

Aanleiding voor de zaal was de ontevredenheid over de werking van de techniek in de nieuwe zalen bij EWI en 3ME. Hier waren grote digitale borden met 4 kwadranten geplaatst waarop men kon schrijven als een krijtjesbord, echter met te grote vertraging tussen schrijven en verschijnen van de tekst, waardoor de borden onwerkbaar bleken en nu nog slechts al projectieschermen worden gebruikt. Daarnaast bleek na een capaciteitsmeting dat 50% van de zalen, hoewel gereserveerd, op de gereserveerde tijd toch leeg stonden. En dat bovendien de wel bezette zalen niet altijd volledig werden benut. Vaak werden twee zalen gereserveerd, 1 voor de plenaire instructie en 1 voor het groepswerk, waardoor beide zalen maar een deel van de tijd in gebruik waren. Dit moest beter kunnen, en zo werd de proefzaal geboren.

De proefzaal bevat een scherm met 4 kwadranten, een smartboard en een scherm waarop wordt geprojecteerd met een beamer. Het smartboard kan zonder vertraging als een krijtjesbord worden beschreven. Het is het enige bord op de markt dat dit kan. Het draaibare meubilair is ontworpen door een student van IO, die hierop is afgestudeerd.

Voorlopig ondersteunt de zaal grofweg 4 onderwijsscenario’s:
1. Frontaal onderwijs. Dit wordt bijvoorbeeld ingezet voor lezingen van gastdocenten.
2. Instructie m.b.v. het smartboard
3. 4 kwadranten (een scherm dat uit vier kleinere schermen bestaat, en waar je ieder kwart voor iets anders kunt gebruiken, bijvoorbeeld een stelling, een powerpointslide, de uitwerking voor de stelling etc. Dit wordt nu al succesvol ingezet door wiskundedocenten)
4. Videoconferencing (full HD, hoog niveau, zonder enige vertraging)

Het belangrijkste scenario, het groepswerk, ontbreekt mijnsinziens nog in dit rijtje. De potentiele mogelijkheden van de zaal zijn veel groter, denk aan tweerichtings interactiemogelijkheden, maar men heeft gekozen voor de aanpak “beperk en versterk”. Erna Kotkamp van OC Focus is betrokken om docenten te begeleiden bij het optimaal gebruiken van de mogelijkheden van de zaal. Volgende week vrijdag is er een eerste bijeenkomst voor docenten die in het tweede kwartaal in de zaal zijn ingeroosterd, waarin zowel de didactiek als de techniek aan de orde komt.

De ondersteuning van docenten bij het gebruik van de zaal is anders opgezet dan bij andere zalen. Er is een allround aanspreekpunt met een technische achterban, die bij problemen snel in actie kan komen. Er komt een rode knop met spraak-beeld voorziening, waardoor de docent, mocht er iets niet werken, meteen iemand te spreken krijgt. De ondersteuning vindt plaats op drie vlakken:
1. Pro-actief – van tevoren wordt gecheckt of alles werkt
2. Instructie (o.a. ondersteuning van OC Focus)
3. Reactief – directe hulp bij problemen

De zaal wordt onderdeel van de zalenpool en zal vanaf het tweede kwartaal worden ingezet voor onderwijs. Ik was onder de indruk, en verwacht dat docenten hier met veel plezier zullen lesgeven.

Hoe ziet het online afstandsonderwijs bij Kaplan University eruit?

In het kader van de leergang Bestuur & Beleid is Willemine Biemond (IO) met twee TU collega’s Johan Verweij en Henk Suilen, op bezoek geweest bij Kaplan University in de VS (http://online.kaplanuniversity.edu/Pages/Homepage.aspx). Afgelopen vrijdag sprak ik haar over de opzet en organisatie van de volledig op afstand te volgen opleidingen die Kaplan University aanbiedt. Erg interessant, want de TU Delft heeft immidels ook een groot project lopen waar masteropleidingen worden omgezet naar een 100% op afstand te volgen variant.

Kaplan University is ooit begonnen als campus universiteit, maar inmiddels volgen verreweg de meeste studenten hun opleiding volledig op afstand. Kaplan richt zich op 2e kans studenten. Online opleidingen zijn iets goedkoper dan campusopleidingen. Een 100% afstandsopleiding vergt veel discipline van de student en wordt als zwaarder ervaren dan een campus opleiding. Studenten kunnen op bepaalde punten in het programma switchen tussen de online- of campus variant.

Om studiesucces te behalen zet Kaplan ernorm in op support. Op elke 20 studenten is 1 begeleidende docent. Op elke 3000 studenten zijn 12 studieadviseurs beschikbaar. Ook is er veel technische support, zodat zodra een student technische problemen ondervindt, deze meteen verholpen worden. Studenten worden nauwlettend gemonitored. Als een student 10 dagen achter elkaar niet online is geweest dan wordt hij/zij opgebeld. Bij meer dan 21 dagen geen online activiteit, dan wordt de student verwijderd uit de cursus.

De opzet van het onderwijs is ook sterk gericht op studenten bij de les houden. Studenten volgen twee vakken parallel gedurende een periode van 10 weken. Elke week heeft hetzelfde stramien. Elke week moeten studenten minimaal 1 bijdrage leveren aan het discussion board en elke week moeten ze iets inleveren. Een opleiding start met een proefperiode van 5 weken. Deze 5 weken zijn onderdeel van het curriculum, en tellen ook gewoon mee, maar is ook bedoeld als selectieinstrument. Studenten kunnen die 5 weken gebruiken om bij zichzelf na te gaan: "kan ik dit, gaat het me lukken qua tijd, vind ik het leuk", en besluiten alsnog met de online studie te stoppen. Ook de universiteit zelf stuurt na die eerste 5 weken ongeveer 20% van de studenten weg, omdat zij te weinig resultaten hebben geboekt. Daarnaast heeft Kaplan een heel hoog bindend studieadvies.

De vakken zijn zo veel mogelijk gestandaardiseerd. De content is opgedeeld in kleine brokjes. De rol van docenten zit vooral in de begeleiding van studenten, het geven van feedback, en het stimuleren van reflectie op het geleerde. De docenten wonen overal ter wereld. Docenten worden, naast inhoudelijke kennis van het vakgebied, ook nadrukkelijk geselecteerd op hun vaardigheden op het gebied van online interactie.

Kaplan University werkt niet met afsluitende tentamens. Alle toetsing en beoordeling gebeurt in de vorm van opdrachten en presentaties. Doordat er zo’n intensief contact is met studenten kunnen docenten vaak goed het niveau van studenten inschatten en valt het zeker op als een bepaalde student ineens een opdracht inlevert dat niet past bij het beeld dat de docent van die student heeft. Presentaties gebeuren synchroon, via webconferentie, of asynchroon. In dat laatste geval neemt de student z’n presentatie of mondelinge toelichting op een opdracht, op op video en stuurt deze in. Practica gebeuren ook volledig online, via virtuele labs, video’s en computersimulaties.

Willemine Biemond en haar collega’s zijn nu bezig de bevindingen van hun reis (naast Kaplan University hebben zij ook MIT bezocht) weer te geven in een rapport.

Sofia Dopper (projectleider Online & Distance Learning TU Delft)

Mijn rol als projectleider curriculumvernieuwing: 20 lessons Learned

 Mijn rol als projectleider curriculumvernieuwing: 

20 lessons learned

Toine Andernach

Projectorganisatie, actoren en hun rol

  1. zet een projectorganisatie op met een stuurgroep, ontwikkelteams, voorzitters van ontwikkelteams en projectondersteuning 
  2. zorg dat er in de stuurgroep mensen zitten die echt iets te zeggen hebben (decaan, directeur onderwijs, hoofd O&S) en die achter jou als projectleider staan
  3. zorg dat de stuurgroep besluiten neemt, de besluiten communiceert en zich er ook aan houdt
  4. kies voorzitters en leden van de ontwikkelteams zorgvuldig: betrokken sleutelfiguren als voorzitter (hoogleraren met affiniteit voor het curriculum) en enthousiaste, betrokken en productieve teamleden

    Projectleider

  5. zorg dat ‘t voor iedereen duidelijk is welke rol en taken je als projectleider hebt: bijvoorbeeld dat je discussiepunten en beslissingen over curriculuminhoud altijd doorspeelt naar de stuurgroep
  6. wees geïnteresseerd in het vakgebied van de opleiding: dat is wat docenten drijft.

    Doelen en randvoorwaarden

  7. zorg dat de uitgangspunten en doelen van de hele operatie voor alle betrokkenen duidelijk zijn
  8. kies een insteek op voldoende hoog abstractieniveau: begin niet direct op vak/moduleniveau, maar op het niveau van leerlijnen/ clusters/ thema’s/ scenario’s/ semesters
  9. geef de ontwikkelteams een ondubbelzinnige, concrete en uitvoerbare opdracht mee, inclusief de hulpmiddelen die het maken van die opdracht vergemakkelijken (formats, enz.)
  10. stel een kader met randvoorwaarden vast waarbinnen de ontwikkelteams hun opdracht moeten uitvoeren

    Ondersteuning

  11. zorg voor een enthousiaste en actieve ‘rechterhand’ (wel een docent) voor de voorzitters van de ontwikkelteams: ze stoppen er meer tijd in en zijn vaak resultaatgericht
  12. regel ondersteuning voor de projectleider: een goede secretaresse en student-assistent zijn goud waard
  13. maak gebruik van de kennis en ervaringen van onderwijsadviseurs, beleidsmedewerkers en medewerkers kwaliteitszorg van de faculteit

    Communicatie

  14. zorg dat je zichtbaar bent: bijvoorbeeld  een dag per week op een eigen werkplek in de faculteit en veel rondlopen
  15. leg vooraf data van stuurgroepvergaderingen, informatie- en discussiebijeenkomsten vast
  16. leg de tussenresultaten en eindresultaten vast (bijv. in een boekje) en stuur dat naar alle belanghebbenden
  17. wacht niet met bekend maken van resultaten tot je 100% tevreden bent: beter op tijd een 80%-stuk dan te laat een 100% stuk: iedereen kan op tijd meedenken en feedback kan worden meegenomen
  18. organiseer plenaire workshops met docenten waarin ze mee kunnen denken over de opzet en invulling van het curriculum
  19. informeer en betrek studenten en opleidingscommissie regelmatig en vraag ze om advies (bijv. tijdens hun vergaderingen)

    En tenslotte:

  20. wees alert op slippage: in alle fases van het project is het risico om terug te vallen (weg te glippen) in oude patronen erg groot. Maak resultaten en afspraken na iedere fase daarom expliciet!

 

Examencommissie in the Spotlight

 

Met de vakantie voor de deur heb ik de ambitie om mij te verdiepen in relevante achtergronden. Wellicht dat u dat ook heeft. Daarom breng ik nogmaals de handreiking "Examencommissie in the Spotlight" even onder uw aandacht.

De handreiking geeft een denkkader over bevordering van deskundigheid in examencommissies en een beschouwing over de onafhankelijkheid van examencommissies.

Wellicht goed om onder het genot van een glaasje te filosoferen over de positie van de Examencommissie binnen de faculteit. Wie weet wilt u uw visie op het geheel delen op dit blog na de vakantie. Maar voor nu veel leesplezier en een fijne vakantie toegewenst!!

Renate Klaassen

 

 

© 2011 TU Delft