About my blog

FOCUS Centre on Educational Expertise at TU Delft opens a Teacher Lounge to share, inspire and exchange news on teaching trends, methodologies, best practices and, and ........

Posted in October 2012

Onderwijsinstellingen, clouddiensten en privacy

Onlangs verscheen een onderzoek naar de toegang van overheden tot data die zich in de cloud bevinden (zoals bijvoorbeeld Dropbox of Googledocs). Dit onderzoek werd uitgevoerd door het Instituut voor Informatierecht in opdracht van SURF. Vermoedelijke reden voor SURF om hiertoe over te gaan is hun eigen eventuele samenwerking met Google om een nederlandse Googledocs voor het hoger onderwijs te bieden.
Het onderzoek toont echter aan dat het gezien eventuele privacy issues, niet erg wenselijk is als SURF deze samenwerking aangaat met Google. Uit het gedane onderzoek blijkt namelijk onder andere dat contractuele overeenkomsten over het voorkomen van eventuele toegang van overheidsdiensten uit de VS weinig zinvol zijn. Alle bedrijven en/of dienstverleners die maar enige activiteit richting de VS ondernemen onderhevig zijn aan de verschillende amerikaanse wetten en bepaling die het mogelijk maken dat de VS toegang krijgt tot data van niet-amerikaanse inwoners. Extra alarmerend is ook nog eens dat je dit als gebruiker niet weet. Het onderzoek laat zien dat zowel het toegang krijgen tot als ook de verwerking van deze gegevens op geen enkele wijze transparant is.
Het onderzoeksrapport eindigt met een aantal conclusies en aanbevelingen. Een ervan is dat het wenselijk is dat op nationaal niveau gekeken moet worden naar de mogelijkheid van een uitsluitend door een Nederlands opererende clouddienst:

Een goed doordachte in juridisch ingerichte nationale cloud voor de onderwijs- en onderzoekssector zou naar verwachting betere waarborgen kunnen bieden tegen het risico dat in onevenredige mate toegang verkregen wordt tot gegevens door een buitenlandse overheid. (p38)

Dit klinkt wat tegenstrijdig: een virtuele dienst die tijd- en plaatsonafhankelijk is aan de achterkant op dergelijke wijze aan geografische grenzen te koppelen. Maar zo lang de wetgeving nog in ontwikkeling is hoe met dit soort zaken om te gaan, is het wellicht geen slechte aanbeveling.

Een tweede conclusie en aanbeveling die wordt gedaan beperkt zich meer tot instellingsniveau: instellingen moet beter in kaart brengen wie (justitie en veiligheidsdiensten) wanneer toegang heeft tot welke gegevens. In eerste instantie wordt natuurlijk gedacht aan specifieke cloud diensten zoals Dropbox en Googledocs die beiden niet officieel door de TU Delft worden aanbevolen en ondersteund. Maar dit geldt net zo goed voor alle informatie die via het amerikaanse Blackboard wordt gedeeld.
Een instelling moet verder volgens dit onderzoek een wat zij noemen algemene maatschappelijke kosten-baten analyse maken op basis waarvan beslissingen genomen moeten worden:

Kortom, de implementatie van cloud computing dient bij kennisinstellingen, gezien hun maatschappelijke rol, onderdeel te zijn van een integrale maatschappelijke kosten/baten. Daarin dienen niet-ICT-gerelateerde aspecten die samenhangen met de veiligheid en vertrouw van informatie voldoende aandacht te krijgen (academische vrijheid, reputatie, chilling effect). (p38)

Wat betekent dit nu voor de onderwijspraktijk?
Als onderwijsondersteuners hebben we hier maar in beperkte mate invloed op, maar als OC Focus is het wel onze taak hierover mee te denken wat hiervoor het gevolg is voor onderwijs zoals academische vrijheid, maar ook een mogelijk chilling effect.
Maar minstens zo belangrijk is het dat wij wanneer docenten en studenten gebruik maken van bepaalde cloud diensten ze hierover goed in te lichten en hen eventueel te wijzen op encryptiemogelijkheden waardoor bestanden niet zonder meer uitgelezen kunnen worden.

It’s a miracle: een nieuwe bijdrage op mijn blog over de kracht van stilte in het onderwijs (6)

OpenCourseWare celebrates it’s 5th anniversary

Yesterday I was at a party; the 5th anniversary of OpenCourseWare (OCW) at our university. And that really is something to celebrate I think. By now there are more than 90 courses online for free. And that number is still growing. Have a look at ocw.tudelft.nl if you haven’t been there yet!
Watching the new video on OCW

OC Focus has been involved until recently in the OCW project. First the project was led by Joost Groot Kormelink, now at Faculty of TPM. In 2010 Sofia Dopper (OC Focus) and Willem van Valkenburg were joined project leaders. By now OCW has become a regular service of DUT with Cora Bijsterveld, Martijn Ouwehand en Willem van Valkenburg (head).

The party was started by a new video about OCW. Karel Luyben, Rector Magnificus, took over to open the party. Willem van Valkenburg has looked back at what happened the last 5 years. And a look into the future was presented by Anka Mulder, Secretary General of the DUT and president of the OCW Consortium. She took us to a world where many many more students would be at the gates of universities to get an education. There will be so many students that higher education as it is now will not be able to cope with these numbers. Campus education will not be enough. So online education will be the next step to take for DUT.

Presentation of Willem van Valkenburg:

And that’s why I was there. The first steps towards online education have resulted into 3 pilot projects at TPM, AE and CiTG. I’m advising the master EPA at TPM about transforming part of the program into online distance learning modules. For me it’s a challenge since the ambitions are high. It’s also very interesting to develop more expertise about the subject. And it’s motivating because of faculty that sees this development as a chance to do something positive in a challenging situation. I hope to be at a similar party in 5 years about online education!

Crouwelzaal omgebouwd tot zaal van de toekomst

de nieuwe crouwelzaalGister ben ik naar een seminar geweest ter gelegenheid van de in gebruik name van de splinternieuwe Crouwelzaal bij de Faculteit IO. Deze zaal is van een gewone platte collegezaal omgetoverd in een zaal met moderne technologische middelen en draaibaar meubilair, wat een wisseling van frontaal onderwijs en groepswerk mogelijk maakt. De proefzaal, zoals de nieuwe Crouwelzaal ook wel genoemd wordt, is bedoeld om met moderne vormen van onderwijs te experimenteren en om hier ook onderzoek naar te doen, zodat we leren aan welke eisen de zalen van de toekomst moeten voldoen.

Nellie van de Griend, hoofd studenten- en docentenvoorzieningen en opdrachtgever van het project proefzaal opende het seminar. Verder waren er presentaties van adviseur Piet van der Zanden, projectleider Erik Reinders en van de architect Ernst Hoek.

Nellie van de Griend opent het seminar

Aanleiding voor de zaal was de ontevredenheid over de werking van de techniek in de nieuwe zalen bij EWI en 3ME. Hier waren grote digitale borden met 4 kwadranten geplaatst waarop men kon schrijven als een krijtjesbord, echter met te grote vertraging tussen schrijven en verschijnen van de tekst, waardoor de borden onwerkbaar bleken en nu nog slechts al projectieschermen worden gebruikt. Daarnaast bleek na een capaciteitsmeting dat 50% van de zalen, hoewel gereserveerd, op de gereserveerde tijd toch leeg stonden. En dat bovendien de wel bezette zalen niet altijd volledig werden benut. Vaak werden twee zalen gereserveerd, 1 voor de plenaire instructie en 1 voor het groepswerk, waardoor beide zalen maar een deel van de tijd in gebruik waren. Dit moest beter kunnen, en zo werd de proefzaal geboren.

De proefzaal bevat een scherm met 4 kwadranten, een smartboard en een scherm waarop wordt geprojecteerd met een beamer. Het smartboard kan zonder vertraging als een krijtjesbord worden beschreven. Het is het enige bord op de markt dat dit kan. Het draaibare meubilair is ontworpen door een student van IO, die hierop is afgestudeerd.

Voorlopig ondersteunt de zaal grofweg 4 onderwijsscenario’s:
1. Frontaal onderwijs. Dit wordt bijvoorbeeld ingezet voor lezingen van gastdocenten.
2. Instructie m.b.v. het smartboard
3. 4 kwadranten (een scherm dat uit vier kleinere schermen bestaat, en waar je ieder kwart voor iets anders kunt gebruiken, bijvoorbeeld een stelling, een powerpointslide, de uitwerking voor de stelling etc. Dit wordt nu al succesvol ingezet door wiskundedocenten)
4. Videoconferencing (full HD, hoog niveau, zonder enige vertraging)

Het belangrijkste scenario, het groepswerk, ontbreekt mijnsinziens nog in dit rijtje. De potentiele mogelijkheden van de zaal zijn veel groter, denk aan tweerichtings interactiemogelijkheden, maar men heeft gekozen voor de aanpak “beperk en versterk”. Erna Kotkamp van OC Focus is betrokken om docenten te begeleiden bij het optimaal gebruiken van de mogelijkheden van de zaal. Volgende week vrijdag is er een eerste bijeenkomst voor docenten die in het tweede kwartaal in de zaal zijn ingeroosterd, waarin zowel de didactiek als de techniek aan de orde komt.

De ondersteuning van docenten bij het gebruik van de zaal is anders opgezet dan bij andere zalen. Er is een allround aanspreekpunt met een technische achterban, die bij problemen snel in actie kan komen. Er komt een rode knop met spraak-beeld voorziening, waardoor de docent, mocht er iets niet werken, meteen iemand te spreken krijgt. De ondersteuning vindt plaats op drie vlakken:
1. Pro-actief – van tevoren wordt gecheckt of alles werkt
2. Instructie (o.a. ondersteuning van OC Focus)
3. Reactief – directe hulp bij problemen

De zaal wordt onderdeel van de zalenpool en zal vanaf het tweede kwartaal worden ingezet voor onderwijs. Ik was onder de indruk, en verwacht dat docenten hier met veel plezier zullen lesgeven.

© 2011 TU Delft