About my blog

FOCUS Centre on Educational Expertise at TU Delft opens a Teacher Lounge to share, inspire and exchange news on teaching trends, methodologies, best practices and, and ........

OC FOCUS Teacher Lounge

Creating Exchange on Teaching

Kwaliteit bij Harvard en MIT; Studentenraadsfractie lijst Beta was op studiereis

Afgelopen Juli ging de studentenraadsfractie Lijst Beta op bezoek bij Harvard en MIT om daar te bekijken wat de TU Delft kan leren van de manier waarop beide top universiteiten innoveren in het onderwijs.

Natuurlijk hadden wij hoge verwachtingen van wat we allemaal gingen zien en horen. Boston was voor ons de heilige graal. De stad met de twee beste universiteiten ter wereld moest ons van al onze problemen verlossen. Ieder antwoord lag in Boston als wij maar de juiste vraag wisten te formuleren.

Van studenten wisten we dat de onderwijsevaluaties aan de TU Delft niet altijd tot de gewenste verbeteringen leiden en van docenten wisten we dat ze niet altijd wisten wat ze met vakevaluaties aanmoesten en wij hoopten het antwoord in Boston te vinden.

Aangekomen in Bosten werden we meteen rondgeleid door een lid van de studentenraad van Harvard. Hij toonde ons de mooie gebouwen en had een geweldig archief aan feitjes in zijn achterhoofd. Zo wist hij te vertellen dat Harvard het een probleem vond dat de Harvard Busines School aan de andere kant van de rivier lag dan de andere Harvard faculteiten. Een brainstorm werd gehouden om een oplossing voor het probleem te vinden en één van de oplossingen die verder uitgewerkt werd was om de Charles River (bijna 100 meter breed, dwars door de stad) om Boston heen te verplaatsen. ‘Who would think of something stupid like that? Harvard does.’ De universiteit heeft een omzet van 40 miljard per jaar (!) voor slechts 20.000 studenten. Hier moest het onderwijs toch perfect geregeld zijn?!

Bij MIT spraken we onze eerste professor over de quality control binnen MIT. Hij vertelde ons dat kwaliteit bijna niet te meten is. Kwaliteit moet je voelen. Je hoort van de studenten of ze het vak goed vinden en je hoort van ze wat ze goed of niet goed vinden.

Nog twee docenten volgde, één van Harvard en één van MIT. Bij beiden was het verhaal hetzelfde. Kwaliteit moet je niet meten, kwaliteit met je ervaren. Je moet voelen wat je studenten ervaren.

Voor ons was dit een cultuur shock. In ons raadsjaar zijn wij er steeds vanuit gegaan dat kwaliteit gemeten moet worden. OC Focus vertelt dat je kwaliteit moet meten en de meeste boeken over innovatie zeggen dat je kwaliteit moet meten en toch zeggen de docenten van de twee top universiteiten, hoewel statistisch niet helemaal significant, dat je kwaliteit moet voelen. Is dit een briljant nieuw inzicht van Harvard en MIT?

Eindelijk kwam onze afspraak met Janet Rankin, de vrouw die bij MIT verantwoordelijk is voor de kwaliteitscontrole, en we vroegen haar welk briljant nieuw inzicht haar docenten hadden. Ze was niet blij met die informatie en haar reactie was ongeveer in de bewoording: “Wat?! Waar halen ze die onzin vandaan? Natuurlijk moet je kwaliteit meten!”

Later spraken we met Eric Mazur, een Harvard professor die al jaren probeert de onderwijskwaliteit bij Harvard en op andere universiteiten te verbeteren. Hij verzuchte dat zelfs de beste onderzoekers hun academische vaardigheden verliezen als ze onderwijs geven. “Ze doen gewoon wat hun het beste lijkt zonder naar de wetenschap te kijken of ook maar kritische vragen te stellen over hun lesmethodes. We proberen het hier te verbeteren maar dat gaat langzaam. Babysteps at the time.”

Juist. Ons beeld van kwaliteitscontrole klopt weer. We hebben tijdens onze studiereis veel geleerd, vooral van Janet en Eric, maar misschien was de belangrijkste les wel dat top-universiteiten dezelfde problemen tegen komen als de TU Delft. Misschien is de TU Delft wel gewoon een top universiteit.

Met dank aan Thijs Durieux voor het schrijven van dit blog.

Blended Learning bij TB – de inzet van kennisclips!

Blended Learning bij TB – de inzet van kennisclips!

Suzanne Schut, O&S TBM

TBM staat, net als andere faculteiten en instellingen, voor de uitdaging de rendementen voor het bachelordiploma te verhogen. De faculteit heeft, middels een door centraal beschikbare tender Blended Learning, een gemotiveerd ICTO team en de ICT mindset en ervaring van haar docenten, de kans om deze curriculumherziening aan te grijpen om zo ICTO structureel en optimaal binnen het curriculum te integreren en als middel te gebruiken de rendementsdoelstellingen te realiseren. Blended Learning heeft namelijk de potentie bij te dragen aan activerend onderwijs en regelmatig studiegedrag, zoals u weet belangrijke speerpunten voor het Koersen op Studiesucces.

Blended Learning wordt door de TU Delft gedefinieerd als een geïntegreerde combinatie van online en contactonderwijs. De verschillende onderwijsdoelstellingen en leeractiviteiten binnen het curriculum worden herzien en steeds wordt de vraag gesteld of deze activiteit effectiever, efficiënter en/of aantrekkelijker online of offline vormgegeven kan worden. De ontwerpen van de modules uit het propedeusejaar zijn zo goed als rond en er zitten wat mooie voorbeelden tussen die wij graag met u delen. Vandaag de voorbeelden rondom een van onze speerpunten binnen dit Blended Learning project: kennisclips!

Een van de belangrijkste doelstellingen is de kennisoverdracht zo veel mogelijk naar de zelfstudietijd van studenten te verschuiven. Zo kan de contacttijd actiever en effectiever ingezet worden om vanuit die kennisbasis tot inzicht, toepassing en integratie te komen. Doelstellingen van hogere en complexere orde, waar de begeleiding door docenten veel essentiëler en waardevoller is voor studenten. Leren van informatie kunnen studenten vrij zelfstandig, mits goed gefaciliteerd uiteraard. De focus voor inzet van ICT in het Onderwijs ligt wat dat betreft ook op de ontsluiting van deze informatie en het aanbieden van zogenoemde kennisclips. Clips van ongeveer 5 tot 10 minuten waarin een kernconcept clean & mean wordt uitgelegd en visueel ondersteund kan worden, bijvoorbeeld door middel van animaties. Studenten kunnen deze clips op gewenste momenten kijken, zo vaak als ze willen of nodig is. De inzit van de clips wordt nog sterker wanneer het kijken ervan gecombineerd wordt met formatieve toetsen – vragen voor, tijdens of na de clip die studenten helpen te bepalen of ze de stof voldoende hebben begrepen of dat ze meer oefening behoeven. Kennisclips worden daarnaast ook ingezet voor het wegwerken van deficiënties, het aanbieden van verdieping en de verschillen in voorkennis.

Er wordt dan ook flink ingezet op het aanbieden van dit soort online onderwijsmateriaal bij TBM. Dit kan in verschillende vormen. De eerste is het gebruik van Open Educational Resources (OER). Er is wereldwijd al een flinke collectie onderwijsmaterialen. Steeds meer hiervan wordt ook open toegankelijk (ook de TU Delft draagt hier aan bij, zie voor meer informatie de onlangs gelanceerde website: http://open.tudelft.nl/) gemaakt en kan daardoor ingezet worden binnen ons eigen programma. Bijvoorbeeld omdat de expertise elders ligt of omdat het meer ruimte creëert in ons eigen programma. Zo maakt Huib Aldewereld in de nieuwe module Computer & Informatiesystemen gebruik van open onderwijs materiaal aangeboden door Stanford School of Engineering voor het onderdeel ‘leren programmeren’.

De tweede vorm is om zelf digitaal materiaal te ontwikkelen. Aad Correlje heeft voor de module Economie van Infrastructuren de eerste versie van een set van 8 kennisclips opgeleverd en aan studenten aangeboden. “Met een relatief geringe tijdsinvestering van mij als docent is de toegankelijkheid van de leerstof naar de student toe m.i. enorm vergroot.”, aldus Aad Correlje.   De clips varieerden van 4 tot 10 minuten en de totale duur van dit videomateriaal besloeg 65 minuten. Gemiddeld zijn de clips meer dan 200 keer per clip teruggekeken.  Er is een evaluatie uitgezet om de waardering en perceptie van studenten in kaart te brengen. Bijna 95% geeft aan gebruik te hebben gemaakt van de kennisclips, 78% heeft alle clips gebruikt en zelfs 70% geeft aan de clips meer dan eenmaal te hebben bekeken. Dit is nu precies één van de doelstellingen met deze kennisclips. Studenten die behoefte hebben aan herhaling kunnen dit naar eigen wens inzetten. Het feit dat de clips ook echt meerdere keren bekeken worden geeft de suggestie dat de juiste inhoud online is vastgelegd. 97,5% van de respondenten geeft aan het materiaal effectief te vinden voor het beter begrijpen van de stof. Of dit ook echt zo is kunnen we nog niet direct zeggen, maar dat dit nu wel in de beleving van de student zo is, is in ieder geval een schitterend eerste resultaat. Het motiveert daarbij ook andere docenten dit soort onderwijsmateriaal te ontwikkelen, inmiddels zijn er al veel docenten druk bezig!

“De opgenomen clips waren heel handig en echt een goede aanvulling bij de colleges”

2e jaars TB-student, EvaSys Enquête, 2013

 Er zijn natuurlijk nog een hoop vragen rondom de inzet van kennisclips. Daarnaast bestaat het Blended Learning programma natuurlijk uit meer dan alleen het faciliteren van (online) zelfstudie, zo kijken we ook naar de onderlinge interactieprocessen en speelt samenwerkend leren en het leren van verschillende perspectieven een uitermate belangrijke rol in ons opleidingsprogramma. Volgende keer meer hierover, bijvoorbeeld de inzet van peers in een spannende modelleerestafette en delen we de ambitie om games meer vakoverstijgend in te zetten!

 

Examencommissietraining “Zicht en Inzicht”

Vandaag 28 maart 2013 was de 4e examencommissie bijeenkomst “Zicht en Inzicht” gepresenteerd door de Directeur Onderwijs van MST, Peter Hamersma. Peter is Voorzitter geweest van de auditcommissie voor de Thematische toetsaudit die afgelopen half jaar bij de 8 faculteiten is uitgevoerd.

In zijn presentatie werd een opnieuw kort aangegeven waarom de thematische toetsaudit is gerealiseerd.
• Wat wordt er van de examencommissies verwacht? Waarbij de WHW en Standaard 3 van het NVAO accreditatie kader natuurlijk de aanleiding vormen.
• Hoe kunnen we dit in onze faculteit implementeren? Dit blijft toch een interessante vraag. Vanuit de toetsaudit commissie zijn zowel een aantal aanbevelingen gedaan richting CvB over gewenste bijstellingen, also ok een aantal best practices met betrekking tot implementatie geïdentificeerd. Een aantal daarvan zal u bekend voorkomen.
o De gouden regels m.b.t. toetskwaliteit voor de docent op BK
o De externe kwaliteitstoetsing die bij LR wordt ingezet
o Het steekproefsgewijs controleren/benchmarken van afstudeerwerken en of toetsen (TBM) etc.
• Wat kunnen we van elkaar leren? Waarin we in een workshopsetting vooral casuïstiek uitwisselen. Het is boeiend om te zien dat van de ene subgroep de deelnemer van faculteit x roept, oh dat is bij ons heel goed geregeld en bij de andere subgroep een andere deelnemer van faculteit x roept dat hij/zij hier niets van weet. Kortom dat bewijst nut en noodzaak van de bijeenkomst.

Interessante Casuïstiek
Het aardige is dat bij de casuïstiek bespreking mensen echt op stoom komen.

Stel je voor er is een Practicum en iedereen geslaagd en er is een theoretisch vak ook 100 % gescoord. Wat vinden we daar dan van. Oh wordt geroepen er was in het practicum maar 1 student ;-)). De praktijk is dat bij een practicum vaak 100% slaagt. Bij een theoretisch vak ligt dat anders, maar stel dat het slagingspercentage 100% is. Ga je er dan naar kijken. Het vak kan wel heel goed gegeven zijn er zat een “ briljante” groep studenten. Of was de toets niet discriminerend genoeg. En wat is je rol dan als Examencommissie?

Een andere casus is. Een vak slaagpercentage 20%. De examencommissie wordt verzocht naar de toets kwaliteit te kijken. De toets kwaliteit is goed. Er is geen redden om de toets opnieuw te laten maken volgens de examencommissie.
De decaan overruled het besluit en laat toch opnieuw een examen maken, omdat de doorstroom dusdanige problemen oplevert, dat het niet verantwoord is 80% het vak opnieuw te laten volgen. Was er misschien ook iets mis met het onderwijs? Heeft de examencommissie alleen de taak een signaal aft e geven.

En zo zijn er nog vele interessante discussie deze middag. Graag zien we u terug op de volgende bijeenkomst.

Wat kunnen we leren van een MOOC voor ons online onderwijs?

Dit keer zouden we er niet alleen over praten, maar ook daadwerkelijk ervaren wat online leren betekent. Oftewel; we gingen deelnemen aan een MOOC (Massive Open Online Course). Deze MOOC was ook nog eens inhoudelijk interessant, want het onderwerp was Fundamentals of Online Education. Doel van deze MOOC was om te leren hoe je een cursus omzet naar een online cursus. Natuurlijk weten we daar al van alles over, maar een mooie 6-weekse cursus hebben we (nog) niet.

Vorige week maandag begon de MOOC. Op dag 1 was er allerlei gerommel rondom het inschrijven in een groep. Dat was me uiteindelijk gelukt en ik kreeg ook daadwerkelijk contact met een aantal andere deelnemers van over de wereld. Dat was veelbelovend en voor mij ook motiverend! Samen leren, ervaringen uitwisselen en een nieuw netwerk creëren.

Wat ging er mis?

De volgende dag bleek ik niet meer in een groep te zitten. Een aantal dagen later waren er 2 nieuwe manieren geïntroduceerd om in een groep in te schrijven. De fora voor groepsdiscussie waren ondertussen ontploft met vragen over groepen en de opdrachten. Wat ook niet hielp was dat de indeling van week 1 niet beschikbaar is op dag 1 vanwege een ‘technisch foutje’. Hierdoor sneeuwde de inhoud van de MOOC geheel onder. Zie ook deze blogs van insidehighered en Debbie Morrison.

Verder bleek: veel mensen lezen zo min mogelijk en interpreteren alles wat niet geheel eenduidig is naar eigen idee… Als de online leeromgeving het dan toelaat, gaan velen hun eigen gang en maken hun eigen aanpassingen. In ieder geval ging er veel tijd verloren aan dingen die geen leren waren. Het aardige was dat dit juist in de theorie van deze week in de MOOC behandeld werd. Volgens het Cognitive Load model moet voor het leren de mentale belasting zo min mogelijk bestaan uit belasting die niet direct met de leertaak te maken heeft, zoals dus technische hick-ups of onduidelijkheid rondom de uitvoering van de opdrachten… Tja, het is blijkbaar niet zo gemakkelijk om de theorie in praktijk te brengen. En dit is ook direct een les: laat alles wat je ontwikkelt door meerdere mensen uitproberen zodat al die misinterpretaties, onduidelijkheid en technische hobbels zo veel mogelijk beperkt worden.

Wat ging wel goed in de MOOC?

Er is veel op de MOOC FOE aan te merken, maar laten we ook eens kijken naar wat wel werkt in deze MOOC.

  • Voor elke week een tabel met alle activiteiten, direct aanklikbaar en een tijdsindicatie per activiteit, geeft veel houvast en overzicht.
  • Getting started als menu-item is handig voor opstartinformatie over de module.
  • Het ontmoeten van diverse gelijkgestemden over de wereld is motiverend. (Ja, er zijn ook groepen die goede inhoudelijke discussies hebben over de opdrachten in het forum!)
  • De videolectures starten altijd met het gezicht van de docent die de online studenten welkom heet en begint te vertellen over het onderwerp van de video, daarna wordt overgegaan naar  de powerpoint met voice-over, waardoor het niet meer nodig is de docent nog in beeld te hebben.
  • Het geluid van de videolectures is heel goed.
  • De videolectures zijn kort, meestal nog geen 10 minuten.
  • Contrast in de videolectures is goed en lettertype prettig
  • In mails en tekst op de website wordt de student persoonlijk aangesproken.

Verschillen tussen MOOC en online onderwijs TUD

Natuurlijk zijn er verschillen tussen online onderwijs zoals we dat bij TUD aan het ontwikkelen zijn en een MOOC. Een MOOC is veel grootschaliger (10-duizenden tot 100-duizenden) dan de online masters gaan worden (10-tallen studenten). Een MOOC is open, wat in dit geval betekent, geen voorwaarden voor inschrijving en gratis. Voor de online masters zal een student aan de gewone toelatingseisen moeten voldoen en collegegeld betalen. En een zeer belangrijk verschil is de erkenning: een MOOC levert hoogstens een certificaat van deelname op, terwijl met de online masters daadwerkelijk EC punten behaald worden.

Studiegroep ofwel ‘meetup’

Vanuit OC Focus wilden we (Sofia en ik) de gelegenheid van deze MOOC aangrijpen om in gesprek te gaan over hoe we online distance learning aan de TU Delft willen vormgeven. Een gesprek met betrokkenen in ‘het echt’ dus. (En ja, dat had ook online gekund, maar een mix is soms effectiever.) Op dit moment zijn we bezig om met 3 masteropleidingen toe te werken naar een online variant. Zie eerdere blog. Deze MOOC zou een goede toetssteen zijn om concreet te worden: wat vinden we bruikbaar en wat niet? Zowel inhoudelijk als wat betreft vorm. Afgelopen vrijdag rond de lunch was er dus een eerste zogenaamde ‘meetup’ in de TU Library. De resultaten staan in kort in de volgende alinea.

Wat leren we hiervan voor online onderwijs TUD

Aangezien de online leeromgeving je enige houvast is als student, zal deze leeromgeving superduidelijk en overzichtelijk moeten zijn.

  • Het doel van opdrachten moet heel helder zijn (waarom doen we dit en waarom doen we het op deze manier?)
  • De opdracht zelf moet ook helder zijn en niet verstopt in praktische tekst.
  • Een indicatie van je voortgang is nodig (zelf aan/uit te vinken)
  • Een overzicht met leeractiviteitenper week is nodig. Een tabel met directe links naar te bestuderen materiaal en opdrachtenis prettig. Een indicatie hoeveel tijd ieder onderdeel kost is nodig om te kunnen plannen.
  • De online omgeving moet zo eenvoudig mogelijk zijn om alle ruis die het leren in de weg staat te vermijden.
  • Als je laat samenwerken, geef dan het doel aan van het samenwerken.
  • De logistiek moet perfect lopen, bijvoorbeeld de inschrijving in groepen.
  • Goede technische ondersteuning is nodig vooraf en tijdens de uitvoering van het onderwijs.
  • De aanwezigheid van de docent als expert op het vakgebied is cruciaal voor de geloofwaardigheid. Dat kan door ondertekenen van de mails en berichten, zichtbaarheid in weblectures.
  • In weblectures zoveel mogelijk gebruik maken van beeldmateriaal, schema’s, animaties om de voice-over te ondersteunen (dus niet alleen tekst).
  • Een inhoudelijk overzicht over de gehele cursus is nodig om de context van wat je leert in deze week te begrijpen. Kan met behulp van een introductiefilmpje.
  • Alles moet een inhoudelijke titel hebben, dus niet ‘opdracht 1.2 in module 3’, maar opdracht ‘ontwerp een weblecture in module 3: Maken van content’ bijvoorbeeld.

En hoe nu verder?

De MOOC FOE is opgeschort totdat de problemen opgelost zijn. Wij schorten de volgende meetup op tot vrijdag 15 februari, maar gaan dan in ieder geval weer samenkomen om het over het onderwijsmodel voor TUD online education te hebben. Dit naar aanleiding van stof uit de MOOC. Wil je meedoen, geef dan even een seintje. Dan sturen we de details en, mocht de MOOC nog niet heropend zijn, ‘het huiswerk’ waarover de meetup gaat. Want leren blijft ook gewoon een kwestie van zelf doen.

Online Onderwijs: een aantal vragen besproken

De TU Delft gaat een aantal volledige masteropleidingen zoveel mogelijk online aanbieden, waarmee een volwaardig ingenieursdiploma kan worden gehaald. Er lopen nu 3 pilots, bij masterprofiel ASCM (LR), Watermanagement (CitG) en Engineering & Policy Analysis (TBM). Tijdens de onderwijsdagen heb ik samen met Gillian Saunders-Smits, docent, en projectleider van de pilot online onderwijs bij LR, een sessie verzorgd over het project Distance & Online Education van de TU Delft. Tijdens de sessie wilden we uiteraard het publiek informeren over waar we in Delft mee bezig zijn, waarom we dat doen en hoe we dat doen, maar we wilden ook vooral input voor ons “work in progress”. Daarom hebben we aan het eind van de sessie 4 vragen gesteld waar de deelnemers in groepjes over hebben gesproken en belangrijke punten over op papier hebben gezet.  Deze input wil ik graag met jullie delen via dit blog. Continue reading

SURF Onderwijsdagen 2012 – De opbrengst

De highlights van dag 1: de keynote van Anka Mulder (gezien de twitter-reacties #owd12 was ik niet de enige) en UnCollege van Dale Stevens als alternatief voor een formele opleiding. Zie www.deonderwijsdagen.nl voor meer daarover. Continue reading

Learners in the driving seat: de mogelijkheden van learning analytics

30 oktober was ik bij de onderwijsdag van TBM, waar Erik Duval (Universiteit Leuven) een keynote hield over learning analytics.

 
Wat is learning analytics? Erik Duval formuleerde het als volgt:
Learning analytics is about collecting traces that learners leave behind and using those traces to improve learning
Hoe meer activiteiten digitaal gebeuren, hoe meer mogelijkheden er zijn voor learning analytics. Het gaat er om tijdens het leerproces bij te sturen, niet pas na afloop. De gegevens worden voor studenten en docenten gevisualiseerd in een dashboard. Net als bij een dashboard in een auto moeten de gegevens op het dashboard helpen de juiste beslissingen te nemen (ik moet tanken, ik moet afremmen). Het gaat om concrete actiegerichte feedback. Bijvoorbeeld studenten zien een metertje dat aangeeft hoe hun voortgang is ten opzichte van hun mede studenten. Dit kan een indicatie zijn voor een student om harder te gaan werken. In het kader van studiesucces is dit heel interessant, je geeft studenten de mogelijkheid om hun eigen leerproces tijdig bij te sturen.
Per cursus moet goed worden nagedacht wat de geschikte indicatoren zijn om de inspanningen van studenten inzichtelijk te maken. Je kunt bijvoorbeeld denken aan: hoe vaak heeft student A geblogd? Hoe vaak heeft student A gereageerd op een blog van een ander? Wie interacteert vooral met wie?
De studenten van Duval werken in wiki’s, bloggen, en communiceren via facebook. Alles wat zij doen is compleet publiek. Mensen van buiten reageren vaak op blogs van zijn studenten, wat bijzonder motiverend kan zijn.
Ook in de MOOCs (Massive Open Online Courses) die Duval verzorgt moedigt hij de deelnemers aan actief te bloggen en te twitteren. Omdat het om grote hoeveelheden studenten gaat, kan hij onmogelijk alles lezen. Learning analytics is hier nodig om als docent een idee te krijgen wat er gaande is.

Het voelt allemaal misschien wat big brother achtig en je zou je ook kunnen voorstellen dat studenten gaan doen wat getrackt wordt, in plaats van wat belangrijk is. Daarom trekt Duval veel tijd uit om aan studenten uit te leggen wat hij precies doet, waarom hij dat doet en voor wie. Bovendien, alles wat de docent ziet, kan de student ook zien.

Heeft learning analytics nou effect op studiesucces?
Het grootste effect op studiesucces is waarschijnlijk de activerende opzet van het onderwijs van Erik Duval, met groepjes van 5-6 studenten die werken aan open authentieke opdrachten en elkaars werk becommentariëren en beoordelen. Doordat er in de onderwijsopzet nauwelijks fysieke contactmomenten zijn, geef je veel controle uit handen. Learning analytics is dan nodig om nog iets van sturing te kunnen geven.
Wat we hier als TU Delft precies mee moeten en kunnen is voor mij nog niet helemaal helder. Het online onderwijs dat we momenteel ontwikkelen wordt digitaal en op afstand, dus daar zijn zeker mogelijkheden. Al schijnt Blackboard voor Learning analytics nauwelijks bruikbaar (volgens Erik Duval is slechts 10% van wat studenten in Blackboard doen te ‘tracen’). Stof tot nadenken dus.

Voor meer info zie de slides van Erik Duval: http://www.slideshare.net/erik.duval/open-learning-analytics-14964431

Voor wie de hele keynote wil zien: http://collegerama.tudelft.nl/Mediasite/Play/5765983764de45bea4a9e3d13d21686c1d

Link naar blog Erik Duval: http://erikduval.wordpress.com/

 

 

 

Onderwijsinstellingen, clouddiensten en privacy

Onlangs verscheen een onderzoek naar de toegang van overheden tot data die zich in de cloud bevinden (zoals bijvoorbeeld Dropbox of Googledocs). Dit onderzoek werd uitgevoerd door het Instituut voor Informatierecht in opdracht van SURF. Vermoedelijke reden voor SURF om hiertoe over te gaan is hun eigen eventuele samenwerking met Google om een nederlandse Googledocs voor het hoger onderwijs te bieden.
Het onderzoek toont echter aan dat het gezien eventuele privacy issues, niet erg wenselijk is als SURF deze samenwerking aangaat met Google. Uit het gedane onderzoek blijkt namelijk onder andere dat contractuele overeenkomsten over het voorkomen van eventuele toegang van overheidsdiensten uit de VS weinig zinvol zijn. Alle bedrijven en/of dienstverleners die maar enige activiteit richting de VS ondernemen onderhevig zijn aan de verschillende amerikaanse wetten en bepaling die het mogelijk maken dat de VS toegang krijgt tot data van niet-amerikaanse inwoners. Extra alarmerend is ook nog eens dat je dit als gebruiker niet weet. Het onderzoek laat zien dat zowel het toegang krijgen tot als ook de verwerking van deze gegevens op geen enkele wijze transparant is.
Het onderzoeksrapport eindigt met een aantal conclusies en aanbevelingen. Een ervan is dat het wenselijk is dat op nationaal niveau gekeken moet worden naar de mogelijkheid van een uitsluitend door een Nederlands opererende clouddienst:

Een goed doordachte in juridisch ingerichte nationale cloud voor de onderwijs- en onderzoekssector zou naar verwachting betere waarborgen kunnen bieden tegen het risico dat in onevenredige mate toegang verkregen wordt tot gegevens door een buitenlandse overheid. (p38)

Dit klinkt wat tegenstrijdig: een virtuele dienst die tijd- en plaatsonafhankelijk is aan de achterkant op dergelijke wijze aan geografische grenzen te koppelen. Maar zo lang de wetgeving nog in ontwikkeling is hoe met dit soort zaken om te gaan, is het wellicht geen slechte aanbeveling.

Een tweede conclusie en aanbeveling die wordt gedaan beperkt zich meer tot instellingsniveau: instellingen moet beter in kaart brengen wie (justitie en veiligheidsdiensten) wanneer toegang heeft tot welke gegevens. In eerste instantie wordt natuurlijk gedacht aan specifieke cloud diensten zoals Dropbox en Googledocs die beiden niet officieel door de TU Delft worden aanbevolen en ondersteund. Maar dit geldt net zo goed voor alle informatie die via het amerikaanse Blackboard wordt gedeeld.
Een instelling moet verder volgens dit onderzoek een wat zij noemen algemene maatschappelijke kosten-baten analyse maken op basis waarvan beslissingen genomen moeten worden:

Kortom, de implementatie van cloud computing dient bij kennisinstellingen, gezien hun maatschappelijke rol, onderdeel te zijn van een integrale maatschappelijke kosten/baten. Daarin dienen niet-ICT-gerelateerde aspecten die samenhangen met de veiligheid en vertrouw van informatie voldoende aandacht te krijgen (academische vrijheid, reputatie, chilling effect). (p38)

Wat betekent dit nu voor de onderwijspraktijk?
Als onderwijsondersteuners hebben we hier maar in beperkte mate invloed op, maar als OC Focus is het wel onze taak hierover mee te denken wat hiervoor het gevolg is voor onderwijs zoals academische vrijheid, maar ook een mogelijk chilling effect.
Maar minstens zo belangrijk is het dat wij wanneer docenten en studenten gebruik maken van bepaalde cloud diensten ze hierover goed in te lichten en hen eventueel te wijzen op encryptiemogelijkheden waardoor bestanden niet zonder meer uitgelezen kunnen worden.

It’s a miracle: een nieuwe bijdrage op mijn blog over de kracht van stilte in het onderwijs (6)

OpenCourseWare celebrates it’s 5th anniversary

Yesterday I was at a party; the 5th anniversary of OpenCourseWare (OCW) at our university. And that really is something to celebrate I think. By now there are more than 90 courses online for free. And that number is still growing. Have a look at ocw.tudelft.nl if you haven’t been there yet!
Watching the new video on OCW

OC Focus has been involved until recently in the OCW project. First the project was led by Joost Groot Kormelink, now at Faculty of TPM. In 2010 Sofia Dopper (OC Focus) and Willem van Valkenburg were joined project leaders. By now OCW has become a regular service of DUT with Cora Bijsterveld, Martijn Ouwehand en Willem van Valkenburg (head).

The party was started by a new video about OCW. Karel Luyben, Rector Magnificus, took over to open the party. Willem van Valkenburg has looked back at what happened the last 5 years. And a look into the future was presented by Anka Mulder, Secretary General of the DUT and president of the OCW Consortium. She took us to a world where many many more students would be at the gates of universities to get an education. There will be so many students that higher education as it is now will not be able to cope with these numbers. Campus education will not be enough. So online education will be the next step to take for DUT.

Presentation of Willem van Valkenburg:

And that’s why I was there. The first steps towards online education have resulted into 3 pilot projects at TPM, AE and CiTG. I’m advising the master EPA at TPM about transforming part of the program into online distance learning modules. For me it’s a challenge since the ambitions are high. It’s also very interesting to develop more expertise about the subject. And it’s motivating because of faculty that sees this development as a chance to do something positive in a challenging situation. I hope to be at a similar party in 5 years about online education!

© 2011 TU Delft