About my blog

FOCUS Centre on Educational Expertise at TU Delft opens a Teacher Lounge to share, inspire and exchange news on teaching trends, methodologies, best practices and, and ........

OC FOCUS Teacher Lounge

Creating Exchange on Teaching

Crouwelzaal omgebouwd tot zaal van de toekomst

de nieuwe crouwelzaalGister ben ik naar een seminar geweest ter gelegenheid van de in gebruik name van de splinternieuwe Crouwelzaal bij de Faculteit IO. Deze zaal is van een gewone platte collegezaal omgetoverd in een zaal met moderne technologische middelen en draaibaar meubilair, wat een wisseling van frontaal onderwijs en groepswerk mogelijk maakt. De proefzaal, zoals de nieuwe Crouwelzaal ook wel genoemd wordt, is bedoeld om met moderne vormen van onderwijs te experimenteren en om hier ook onderzoek naar te doen, zodat we leren aan welke eisen de zalen van de toekomst moeten voldoen.

Nellie van de Griend, hoofd studenten- en docentenvoorzieningen en opdrachtgever van het project proefzaal opende het seminar. Verder waren er presentaties van adviseur Piet van der Zanden, projectleider Erik Reinders en van de architect Ernst Hoek.

Nellie van de Griend opent het seminar

Aanleiding voor de zaal was de ontevredenheid over de werking van de techniek in de nieuwe zalen bij EWI en 3ME. Hier waren grote digitale borden met 4 kwadranten geplaatst waarop men kon schrijven als een krijtjesbord, echter met te grote vertraging tussen schrijven en verschijnen van de tekst, waardoor de borden onwerkbaar bleken en nu nog slechts al projectieschermen worden gebruikt. Daarnaast bleek na een capaciteitsmeting dat 50% van de zalen, hoewel gereserveerd, op de gereserveerde tijd toch leeg stonden. En dat bovendien de wel bezette zalen niet altijd volledig werden benut. Vaak werden twee zalen gereserveerd, 1 voor de plenaire instructie en 1 voor het groepswerk, waardoor beide zalen maar een deel van de tijd in gebruik waren. Dit moest beter kunnen, en zo werd de proefzaal geboren.

De proefzaal bevat een scherm met 4 kwadranten, een smartboard en een scherm waarop wordt geprojecteerd met een beamer. Het smartboard kan zonder vertraging als een krijtjesbord worden beschreven. Het is het enige bord op de markt dat dit kan. Het draaibare meubilair is ontworpen door een student van IO, die hierop is afgestudeerd.

Voorlopig ondersteunt de zaal grofweg 4 onderwijsscenario’s:
1. Frontaal onderwijs. Dit wordt bijvoorbeeld ingezet voor lezingen van gastdocenten.
2. Instructie m.b.v. het smartboard
3. 4 kwadranten (een scherm dat uit vier kleinere schermen bestaat, en waar je ieder kwart voor iets anders kunt gebruiken, bijvoorbeeld een stelling, een powerpointslide, de uitwerking voor de stelling etc. Dit wordt nu al succesvol ingezet door wiskundedocenten)
4. Videoconferencing (full HD, hoog niveau, zonder enige vertraging)

Het belangrijkste scenario, het groepswerk, ontbreekt mijnsinziens nog in dit rijtje. De potentiele mogelijkheden van de zaal zijn veel groter, denk aan tweerichtings interactiemogelijkheden, maar men heeft gekozen voor de aanpak “beperk en versterk”. Erna Kotkamp van OC Focus is betrokken om docenten te begeleiden bij het optimaal gebruiken van de mogelijkheden van de zaal. Volgende week vrijdag is er een eerste bijeenkomst voor docenten die in het tweede kwartaal in de zaal zijn ingeroosterd, waarin zowel de didactiek als de techniek aan de orde komt.

De ondersteuning van docenten bij het gebruik van de zaal is anders opgezet dan bij andere zalen. Er is een allround aanspreekpunt met een technische achterban, die bij problemen snel in actie kan komen. Er komt een rode knop met spraak-beeld voorziening, waardoor de docent, mocht er iets niet werken, meteen iemand te spreken krijgt. De ondersteuning vindt plaats op drie vlakken:
1. Pro-actief – van tevoren wordt gecheckt of alles werkt
2. Instructie (o.a. ondersteuning van OC Focus)
3. Reactief – directe hulp bij problemen

De zaal wordt onderdeel van de zalenpool en zal vanaf het tweede kwartaal worden ingezet voor onderwijs. Ik was onder de indruk, en verwacht dat docenten hier met veel plezier zullen lesgeven.

Hoe ziet het online afstandsonderwijs bij Kaplan University eruit?

In het kader van de leergang Bestuur & Beleid is Willemine Biemond (IO) met twee TU collega’s Johan Verweij en Henk Suilen, op bezoek geweest bij Kaplan University in de VS (http://online.kaplanuniversity.edu/Pages/Homepage.aspx). Afgelopen vrijdag sprak ik haar over de opzet en organisatie van de volledig op afstand te volgen opleidingen die Kaplan University aanbiedt. Erg interessant, want de TU Delft heeft immidels ook een groot project lopen waar masteropleidingen worden omgezet naar een 100% op afstand te volgen variant.

Kaplan University is ooit begonnen als campus universiteit, maar inmiddels volgen verreweg de meeste studenten hun opleiding volledig op afstand. Kaplan richt zich op 2e kans studenten. Online opleidingen zijn iets goedkoper dan campusopleidingen. Een 100% afstandsopleiding vergt veel discipline van de student en wordt als zwaarder ervaren dan een campus opleiding. Studenten kunnen op bepaalde punten in het programma switchen tussen de online- of campus variant.

Om studiesucces te behalen zet Kaplan ernorm in op support. Op elke 20 studenten is 1 begeleidende docent. Op elke 3000 studenten zijn 12 studieadviseurs beschikbaar. Ook is er veel technische support, zodat zodra een student technische problemen ondervindt, deze meteen verholpen worden. Studenten worden nauwlettend gemonitored. Als een student 10 dagen achter elkaar niet online is geweest dan wordt hij/zij opgebeld. Bij meer dan 21 dagen geen online activiteit, dan wordt de student verwijderd uit de cursus.

De opzet van het onderwijs is ook sterk gericht op studenten bij de les houden. Studenten volgen twee vakken parallel gedurende een periode van 10 weken. Elke week heeft hetzelfde stramien. Elke week moeten studenten minimaal 1 bijdrage leveren aan het discussion board en elke week moeten ze iets inleveren. Een opleiding start met een proefperiode van 5 weken. Deze 5 weken zijn onderdeel van het curriculum, en tellen ook gewoon mee, maar is ook bedoeld als selectieinstrument. Studenten kunnen die 5 weken gebruiken om bij zichzelf na te gaan: "kan ik dit, gaat het me lukken qua tijd, vind ik het leuk", en besluiten alsnog met de online studie te stoppen. Ook de universiteit zelf stuurt na die eerste 5 weken ongeveer 20% van de studenten weg, omdat zij te weinig resultaten hebben geboekt. Daarnaast heeft Kaplan een heel hoog bindend studieadvies.

De vakken zijn zo veel mogelijk gestandaardiseerd. De content is opgedeeld in kleine brokjes. De rol van docenten zit vooral in de begeleiding van studenten, het geven van feedback, en het stimuleren van reflectie op het geleerde. De docenten wonen overal ter wereld. Docenten worden, naast inhoudelijke kennis van het vakgebied, ook nadrukkelijk geselecteerd op hun vaardigheden op het gebied van online interactie.

Kaplan University werkt niet met afsluitende tentamens. Alle toetsing en beoordeling gebeurt in de vorm van opdrachten en presentaties. Doordat er zo’n intensief contact is met studenten kunnen docenten vaak goed het niveau van studenten inschatten en valt het zeker op als een bepaalde student ineens een opdracht inlevert dat niet past bij het beeld dat de docent van die student heeft. Presentaties gebeuren synchroon, via webconferentie, of asynchroon. In dat laatste geval neemt de student z’n presentatie of mondelinge toelichting op een opdracht, op op video en stuurt deze in. Practica gebeuren ook volledig online, via virtuele labs, video’s en computersimulaties.

Willemine Biemond en haar collega’s zijn nu bezig de bevindingen van hun reis (naast Kaplan University hebben zij ook MIT bezocht) weer te geven in een rapport.

Sofia Dopper (projectleider Online & Distance Learning TU Delft)

Mijn rol als projectleider curriculumvernieuwing: 20 lessons Learned

 Mijn rol als projectleider curriculumvernieuwing: 

20 lessons learned

Toine Andernach

Projectorganisatie, actoren en hun rol

  1. zet een projectorganisatie op met een stuurgroep, ontwikkelteams, voorzitters van ontwikkelteams en projectondersteuning 
  2. zorg dat er in de stuurgroep mensen zitten die echt iets te zeggen hebben (decaan, directeur onderwijs, hoofd O&S) en die achter jou als projectleider staan
  3. zorg dat de stuurgroep besluiten neemt, de besluiten communiceert en zich er ook aan houdt
  4. kies voorzitters en leden van de ontwikkelteams zorgvuldig: betrokken sleutelfiguren als voorzitter (hoogleraren met affiniteit voor het curriculum) en enthousiaste, betrokken en productieve teamleden

    Projectleider

  5. zorg dat ‘t voor iedereen duidelijk is welke rol en taken je als projectleider hebt: bijvoorbeeld dat je discussiepunten en beslissingen over curriculuminhoud altijd doorspeelt naar de stuurgroep
  6. wees geïnteresseerd in het vakgebied van de opleiding: dat is wat docenten drijft.

    Doelen en randvoorwaarden

  7. zorg dat de uitgangspunten en doelen van de hele operatie voor alle betrokkenen duidelijk zijn
  8. kies een insteek op voldoende hoog abstractieniveau: begin niet direct op vak/moduleniveau, maar op het niveau van leerlijnen/ clusters/ thema’s/ scenario’s/ semesters
  9. geef de ontwikkelteams een ondubbelzinnige, concrete en uitvoerbare opdracht mee, inclusief de hulpmiddelen die het maken van die opdracht vergemakkelijken (formats, enz.)
  10. stel een kader met randvoorwaarden vast waarbinnen de ontwikkelteams hun opdracht moeten uitvoeren

    Ondersteuning

  11. zorg voor een enthousiaste en actieve ‘rechterhand’ (wel een docent) voor de voorzitters van de ontwikkelteams: ze stoppen er meer tijd in en zijn vaak resultaatgericht
  12. regel ondersteuning voor de projectleider: een goede secretaresse en student-assistent zijn goud waard
  13. maak gebruik van de kennis en ervaringen van onderwijsadviseurs, beleidsmedewerkers en medewerkers kwaliteitszorg van de faculteit

    Communicatie

  14. zorg dat je zichtbaar bent: bijvoorbeeld  een dag per week op een eigen werkplek in de faculteit en veel rondlopen
  15. leg vooraf data van stuurgroepvergaderingen, informatie- en discussiebijeenkomsten vast
  16. leg de tussenresultaten en eindresultaten vast (bijv. in een boekje) en stuur dat naar alle belanghebbenden
  17. wacht niet met bekend maken van resultaten tot je 100% tevreden bent: beter op tijd een 80%-stuk dan te laat een 100% stuk: iedereen kan op tijd meedenken en feedback kan worden meegenomen
  18. organiseer plenaire workshops met docenten waarin ze mee kunnen denken over de opzet en invulling van het curriculum
  19. informeer en betrek studenten en opleidingscommissie regelmatig en vraag ze om advies (bijv. tijdens hun vergaderingen)

    En tenslotte:

  20. wees alert op slippage: in alle fases van het project is het risico om terug te vallen (weg te glippen) in oude patronen erg groot. Maak resultaten en afspraken na iedere fase daarom expliciet!

 

Examencommissie in the Spotlight

 

Met de vakantie voor de deur heb ik de ambitie om mij te verdiepen in relevante achtergronden. Wellicht dat u dat ook heeft. Daarom breng ik nogmaals de handreiking "Examencommissie in the Spotlight" even onder uw aandacht.

De handreiking geeft een denkkader over bevordering van deskundigheid in examencommissies en een beschouwing over de onafhankelijkheid van examencommissies.

Wellicht goed om onder het genot van een glaasje te filosoferen over de positie van de Examencommissie binnen de faculteit. Wie weet wilt u uw visie op het geheel delen op dit blog na de vakantie. Maar voor nu veel leesplezier en een fijne vakantie toegewenst!!

Renate Klaassen

 

 

Compensatoir toetsen ter bevordering van studiesucces

 

In het adviesrapport
‘Koersen op Studiesucces’ geeft de Werkgroep Didactiek een aantal adviezen op
het gebied van toetsing. Eén daarvan is compensatoir toetsen, het advies
hierover luidt:

      
binnen een module wordt
compensatie mogelijk

      
tussen modules wordt compensatie
niet wenselijk geacht

      
de examencommissie vult de wijze
van compensatie in (bijvoorbeeld het stellen van een minimum aan een cijfer dat
gecompenseerd mag worden)

In reacties op de term
‘compensatoir toetsen’ wordt vaak gesproken over een mogelijke, dan wel
vermeend zekere, achteruitgang van de kwaliteit van het onderwijs, zoals
hier
door de LSVb.

 

Compensatoir toetsen mag
dan een heet hangijzer in Delft zijn, in bijvoorbeeld Zürich is het volledig
geaccepteerd.

 

Op 18 en 19 juni bracht
een delegatie van de TU Delft een bezoek aan ETH Zürich om te proberen te
achterhalen hoe het komt dat deze universiteit zo hoog scoort op studiesucces.
Gemiddeld doen ETH-studenten 5,5 jaar over een opleiding van officieel 4,5 jaar
(BSc + MSc) en dan volgt een groot deel van hen ook nog een stage waarvoor geen
ruimte is gereserveerd in het curriculum. Collega Toine Andernach en ikzelf
vertegenwoordigden OC Focus tijdens dit bezoek en wij waren met name
geïnteresseerd in de vraag of en zo ja hoe ETH Zürich toetsing inzet om
studiesucces te beïnvloeden.  

 

Wat bleek? In Zürich is
compensatoir toetsen de norm en wel op een manier die veel verder voert dan in
Delft wordt geadviseerd. Bij ETH Zürich werkt het als volgt:

·        
Tentamens van kernvakken (d.w.z.
geen vaardigheden en projecten) worden gegroepeerd tot een tentamenblok.

·        
Een tentamenblok bestaat uit
minimaal 2 tentamens. In de bachelor is er geen maximum aan het aantal
tentamens in een blok, in overige jaren is het maximum 20 EC.

·        
Het gemiddelde cijfer voor het
blok moet minimaal een 4 zijn op een zespuntsschaal (dat is dus een 6,7 op een
tienpuntsschaal).

·        
Aan cijfers van afzonderlijke
tentamens wordt geen minimumeis gesteld.

·        
Aan ieder tentamen wordt een
wegingsfactor toegekend gerelateerd aan het aantal EC.

·        
Studenten slagen of zakken voor
het blok als geheel. Wanneer zij zakken, moeten zij alle tentamens van het hele
blok opnieuw doen, niet enkel de tentamens waarvoor zij gezakt zijn.

 

In hoeverre dit het
studiesucces beïnvloedt is uiteraard moeilijk te zeggen, er zijn immers nog
zoveel andere factoren die een rol spelen. De kwaliteit lijkt er echter niet onder
te lijden. ETH Zürich prijkt in de hoogste regionen van alle university
rankings.

 

Het duurde een tijdje voor
we het concept van de tentamenblokken doorhadden. Komt dat misschien doordat
het idee van compensatoir toetsen tegenintuïtief is zoals Janke Cohen Schotanus
stelt? Cohen Schotanus is hoogleraar onderzoek van onderwijs in de medische
wetenschap en stelde in haar oratie:

 

De meest effectieve
rendementsverhogende maatregelen zijn niet duur, maar ook tegenintuïtief. En
daarom hebben docenten en bestuurders er vaak moeite mee, ook al zijn de
maatregelen bewezen effectief. Een voldoende op het ene vak compenseren met een
hoger cijfer op een ander tentamen zorgt bijvoorbeeld dat studenten sneller
slagen en levert op lange termijn geen kennisachterstand op. Maar docenten
hebben die compensatie liever niet”, illustreert Cohen-Schotanus. “Het is
daarom voor de kwaliteit van onderwijs van belang dat de komende jaren ook
gewerkt wordt aan de grenzen van het intuïtieve weten.”
www.studiesuccesho.nl

 

Meer weten? Reserveer
alvast 30 oktober tussen 13.00 en 16.00 in je agenda voor een themamiddag over
compensatoir toetsen met Janke Cohen Schotanus.

 

Margie Grob, OC Focus

 

 

Studiesucces – de vrijblijvendheid voorbij terugblik VSNU Symposium

 

Op woensdag
13 juni organiseerde de VSNU het symposium
‘Studiesucces, de vrijblijvendheid voorbij’. De toon is duidelijk en niet onbekend – de
rendementen moeten omhoog. We worden getrakteerd op verschillende statistieken
en zo in het gezelschap van onze peers en collega’s bungelen wij als TU Delft
overal duidelijk onderaan. De technische universiteiten hebben het zwaar wordt
meerdere malen geconstateerd. De urgentie is glashelder.

 

Sijbolt Noorda, voorzitter van de VSNU, heeft een duidelijk doel voor ogen. ‘Wij moeten
scherp en geactiveerd blijven, zo niet, dan vallen we in een gewenningsmodus en
dan mogen we toch zeker niet verbaasd zijn wanneer onze deelnemers dit ook
doen?’ Van elkaar leren en elkaar scherp houden dus. Het belooft een leerzame
en activerende dag te worden.

Verschillende
onderwijsveranderingsparadigma’s passeren de revue die de huidige onderwijs
paradigma’s over studiesucces in context plaatsen
. Henk Schmidt, rector magnificus EUR, beschrijft de verbetering die we in de jaren 80 op
persoonlijk niveau zochten. ‘Meer aandacht voor de didactische en pedagogische
ontwikkeling en het gebruik van multimedia voor de docent en de focus op
studievaardigheden bij de student.’ Gedurende de jaren 90 richten we ons op de
structuur van curricula. Geen concurrerende vakken meer, de studeerbaarheid
moest omhoog. Klinkt bekend?

Anno 2010 is
de focus op Nominaal is Normaal (Eur). Geen herkansingen meer voor de student, tenzij
potentie tot slagen is aangetoond. En om de studeerbaarheid te verhogen
compensatoir toetsen.

De keynote
van dit symposium, verzorgd door
Johan Jeuring (UU), legt de focus op excellent docentschap in de vorm van Teaching Fellowships.
Positieve effecten op studiesucces liggen voornamelijk in de docent-student
relatie. Het leren moet meer door de ogen van de student bekeken worden om dit te
optimaliseren. Toetsing, het sturen van het gedrag van studenten, en feedback,
op tijd, inhoudelijk en met nut voor vervolg, worden benadrukt. Daarnaast
speelt vooral onderzoek naar het effect van onderwijs een belangrijke rol bij
het koersen op studiesucces.

Tijdens de
workshoprondes is het onze beurt en delen we de plannen om ICT een structurele
plek te geven in ons onderwijs aan de TU Delft. Op zoek naar nieuwe werkwijzen
van docenten, meer studieverantwoordelijkheid voor studenten, en effectief
gebruik maken van de contacttijd, proberen wij invulling te geven aan de
aanbevelingen van de werkgroep didactiek met behulp van de tender
‘Blended learning’. Het doel is ICT in te zetten voor activerend onderwijs
en inmiddels hebben we het eerste werkpakket opgeleverd;
de reference guide, om docenten te ondersteunen bij de afweging op welke
wijze ICTO effectief kan worden ingezet. Neem af en toe een kijkje, het is een
levend document! De zaal is enthousiast over onze plannen en delen de
uitdagingen waar we voor staan. Een inspirerende bijeenkomst waarin we elkaar
scherp houden, passend bij de opdracht van de dag.

Suzanne Schut

Onderwijsadviseur TBM 

Examencommissie training: Step into the Present Examenregels en studentgedrag

11 September 2012 12.00-15.00
Spreker: Janke Cohen Schotanus, Hoogleraar onderzoek van medisch onderwijs UMCG

Als Examencommissie bent u verantwoordelijk voor het vaststellen van de Regels en Richtlijnen van de Examencommissie (RRvE).  Deze regels worden ieder jaar centraal aangeleverd, echter iedere examencommissie kan/mag bijstellingen doen ten behoeve van efficiënte logistiek op de faculteit. Belangrijker is dat de examencommissie als onafhankelijk orgaan  de regels en richtlijnen ook kunnen  aanpassen en afstemmen op het facultaire toetsbeleid.  Tevens kan zij pro-actief een voorstel doen voor wijzigingen in de centraal aangeleverde RRvE.

Waarom zijn regels en richtlijnen nu eigenlijk belangrijk? Door de inrichting van het toetsproces (vastgelegd in de regels en richtlijnen) kan men invloed uitoefenen op het studiegedrag van studenten.  Dat is bevorderlijk voor de kwaliteit van de opleiding en wellicht ook voor het studiesucces van de student.  Reden genoeg om je als examencommissie te verdiepen in het effect van de regels en richtlijnen op het leerproces en als onafhankelijke, pro-actieve commissie meer vingers aan de pols te houden.

Bent u geinteresseerd geraakt kom dan op 11 September naar onze Examencommissie training: Step into the Present Examenregels en Studentgedrag.

U kunt zich hier aanmelden.

Examencommissie training 14 juni 2012 Onafhankelijkheid van de Examencommissie: wat betekent dat voor U?

Op 14 juni was er weer een Examencommissiebijeenkomst, geleid door Gerard van de Watering, toetsdeskundige van de TUE. De bijeenkomst was gewijd aan de rol van de examencommissie bij de accreditatie. Interessant voor de deelnemers, met name omdat op 29 juni een interne thematische toets-audit heeft plaatsgevonden, waar gekeken is in hoeverre faculteiten zijn voorbereid op de opleidingsaccreditatie en of zij voldoende kunnen aantonen of aan standaard 3 (kwaliteit van toetsing) van het NVAO-kader wordt voldaan.

Waarom zou u dat als docent willen weten? De examencommissie heeft een onafhankelijkere rol gekregen in het onderwijssysteem. Formeel is de examinator (ook wel docent) tijdens de afname en bij het maken van de toets in dienst van de examencommissie en zal dus verantwoording over de kwaliteit van de toets af moeten leggen aan de examencommissie.

Maar hoe houdt de examencommissie de vinger aan de pols?

Bij 3ME is men gestart met docenten ad-random uit te nodigen om over de kwaliteit van de toetsing in hun vak te komen praten. Bij Bouwkunde worden alle tentamens nagekeken door een toetsdeskundige van de vakgroep. Bij TBM kijken ze naar de slagingspercentages en vragen de docent te komen uitleggen wat er aan de hand is als er keer op keer blijkt dat de slagingspercentages te laag of te hoog zijn.

Vragen die in dit soort gesprekken op tafel komen zijn:
•    Wat is de afstemming van leerdoelen, werkvormen en toetsing in het vak?
•    Wat is de validiteit, betrouwbaarheid en transparantie van de toets?

Wat zegt u als docent in zo’n geval? “Ik heb al jaren ervaring, dat zit wel goed?”  Helaas is dat niet het antwoord wat een accreditatiecommissie wil horen en de examencommissies ook niet.
Werk aan de winkel dus voor docenten, voor examencommissies, voor de onderwijsondersteuning want O&S is medeverantwoordelijk voor de kwaliteit van het onderwijs en de vakgroep want de hoogleraar blijft verantwoordelijk voor de inhoud van het onderwijs.

Een hele uitdaging zo blijkt.

Software programma’s voor dynamisch Onderwijs

 

Recentelijk was ik bij het Netwerk Toetsen WO te gast bij de TUE. Gedurende de dag hadden we een interessant uitstapje naar een presentatie over SMARTBOARDS.  De TUE gaat in 28 zalen die gebruikt worden voor de bachelor opleidingen Smartboards ophangen. Het argument is dat een smartboard net zo duur is als een laptop en een beamer en een grotere functionaliteit heeft.

In dit kader werden een aantal software programma’s genoemd die ingezet kunnen worden ten behoeve van de optimalisatie van het gebruik van Smartboards. Het interessante is dat niet al deze programma’s per se gebruikt hoeven worden met een Smartboard maar ook ingezet kunnen worden in een ppt met online verbinding.

Zo is bestaat het social software pakket MentiMeter Voting system  http://mentimeter.com/ . Een online programma waarbij je iedereen die online kan in het college via smartphone, ipad, notebook e.d. kan laten stemmen over een vraag. Het voordeel is dat je geen stemkastjes nodig hebt, het nadeel is misschien dat je geen archief functie hebt. Stemmen voorbij dan is je vraag ook weer weg.

Voor formatieve toetsing is Turning Point met stemkastjes toch handiger.

Een ander programma is Doceri http://doceri.com/  dat de mogelijkheid geeft op afstand je software programma te sturen. WAt heb je er aan. Je kunt guestlectures op afstand inzetten in je onderwijs, zonder dat daar een duur vliegtuig ticket voor nodig is. De flatworld concept.

Zo waren er nog een aantal programma’s die op een later tijdstip besproken worden. Chunking noemen we dat, dan blijft de informatie beter hangen. Tot spoedig,

Renate Klaassen

 

Curriculum Ontwerp bij de faculteit Lucht en Ruimtevaarttechniek

Een belangrijk kenmerk van de bachelor Luchtvaart- en Ruimtevaarttechniek is het zichtbare en ononderbroken spoor van ontwerpvakken en -projecten waarin de studenten leren engineeren . De combinatie hiervan met  het brede en stevige pallet van fundamentele en aerospace ingenieurswetenschappen, en de wijze waarop de faculteit dat onderwijs organiseert voor een instroom van 400-450 studenten wordt als ongewoon gezien. Reden genoeg voor Onderwijsdirecteur Aldert Kamp daarover een paper te publiceren voor de CDIO Annual Conference die van 1-4 juli in Brisbane wordt gehouden.  

De Faculteit Luchtvaart- en Ruimtevaarttechniek is lid van het CDIO Initiative (www.cdio.org) dat staat voor een innovatief onderwijsconcept voor ingenieurs van de toekomst. Aldert’s paper is te downloaden van http://www.cdio.org/cdio-action/school-profiles/delft-university-technology-faculty-aerospace-engineering-europe-nordic-

Aldert Kamp

© 2011 TU Delft